Een hulphond is een heel speciale hond. Hij kan veel meer dan een gewone hond. Als pup van zeven weken wordt hij al spelenderwijs getraind. Als hij ongeveer anderhalfjaar is worden er specifieke dingen aangeleerd, zoals op de knop van de lift duwen, het licht aan doen en boodschappen aangeven.
Een hulphond helpt iemand die door bijvoorbeeld ziekte of een ongeluk in een rolstoel zit. Deze mensen zijn vaak afhankelijk van de hulp van anderen. Sommigen kunnen hun armen niet goed gebruiken of kunnen niet goed praten. Kun jij je voorstellen dat je niet kunt lopen? Of dat je armen het niet goed doen? Je kunt dan niet zelf een deur open doen. Of als je sleutels op de grond vallen kun je ze niet meer zelf oprapen. Dat is lastig!
Ook mensen die doof zijn hebben veel aan een hulphond. Denk je maar eens in dat je niks kunt horen en de bel gaat of je wordt geroepen op straat. De hulphond kan dan een signaal geven en is speciaal getraind om te reageren op de naam van zijn baasje. Er zijn ook mensen die epilepsie hebben en aanvallen krijgen. Een epilepsie hulphond (seizure hond) duwt op een alarmknop en blijft bij zijn baasje tot die weer bijkomt.
Als je bepaalde dingen niet zelf kunt, moet je altijd iemand roepen om je te helpen. Behalve als je een hulphond hebt. Want die kan al die dingen die gehandicapten zelf niet zo goed meer kunnen. Knap hè?
Kinderboek
Er is ook een kinderboek verschenen over een hulphond. Bo en Jesse - Twee vliegen in één klap vertelt het verhaal van hartsvrienden Bo en Jesse. Bo woont nog maar kort in Nederland en Jesse helpt haar met lezen en schrijven, fietsen en haar spreekbeurt. Wanneer Bo Yke leert kennen voelt Jesse zich buitengesloten. Yke zit in een rolstoel en wordt altijd begeleid door haar hulphond Jip.
Twee vliegen in één klap is geschreven voor kinderen van 7 tot 10 jaar en is verkrijgbaar in de boekhandel (ISBN: 9789045411545).